Maandag 30 maart

Nood aan een groen Ringland, naast ons kot

In de stad is het in deze coronatijden vechten om de schaarse stukjes groen waar je de nodige afstand kan bewaren. De oplossing is niet minder stad, maar meer dan ooit veel meer groen midden ín de stad, betoogt Peter Vermeulen. Met een groen en ruim Ringland zullen we als Antwerpenaars bij een nieuwe virusuitbraak veel sterker staan in de strijd.

 

‘Blijft het pleidooi om zich in de steden te vestigen nog overeind, nu de stedeling tegen de grenzen van dat model aanloopt?’ Die vraag rees afgelopen week in De Standaard in een artikel dat vertrok van de vaststelling dat stedelingen het extra moeilijk hebben in deze tijden van corona. In de stad heeft immers niet iedereen een tuin of terras, waardoor de (schaarse) parken (te) veel volk trekken - precies wat nu ook niet mag. Moeten we de stad zelf dan maar in vraag stellen? Een lezer merkte gevat op: ‘Ik wist niet dat corona ook het gezond verstand aantast.’

Maar geen nood, verderop in het artikel gaf zowel de Vlaamse als de Brusselse bouwmeester duidelijk aan dat nu zeker geen verkeerde conclusies mogen worden getrokken. Ze legden beiden sterk de nadruk op ‘het belang van de kwaliteit van de publieke (en groene) ruimte in de stad’. Verder stelden ze terecht: ‘Deze crisis kan ons helpen om de verdichtingshysterie wat af te zwakken.’ Want we weten allemaal dat het beter is om minder verspreid te wonen. Verdichten in de kernen van gemeenten en steden is daarom de boodschap. Maar, zoals de bouwmeesters aangeven: zorgvuldig verdichten houdt rekening met de schaal van de omgeving (dus zeker geen te grote appartementen in kernen) en besteedt tegelijk minstens evenveel aandacht aan de verbetering van de publieke ruimte in en om de nieuwe projecten. 

Elders verschenen artikels die niet alleen wezen op de spectaculaire daling van de verkeersoverlast en de evenredige verhoging van de verkeersveiligheid - allemaal ‘dankzij’ corona - maar ook op de betere luchtkwaliteit die daar mede een gevolg van is. Ook in dat verband zou het echter dwaas zijn om overhaaste conclusies te trekken. Waar gaat het dan wel om? 

Twee netwerken

In alle voorbereidend werk rond de ‘beleidsplannen ruimtelijke ontwikkeling’ - die jammer genoeg nog niet verder uitgewerkt en omgezet zijn - staan twee concepten centraal:

1. De versterking van het blauw-groene netwerk, door de opwaardering en uitbouw van de open ruimte tot een aaneengesloten groen en ecologisch systeem (met extra ruimte voor water), diep doordringend tot in de kernen van alle steden en gemeenten.

2. De uitbouw van verkeersnetwerken met een duidelijke hiërarchie van ‘multimodale’ knooppunten (voor vlotte overstap of wisseling van vervoermiddel), gericht op een structurele modal shift (veel meer verplaatsingen te voet, per fiets of met het openbaar vervoer en dus minder met de auto).

We weten ondertussen wel dat volle trams of bussen in coronatijden niet te verdedigen zijn. In deze omstandigheden passen uiteraard andere maatregelen. Maar we weten evengoed dat niet corona, maar de structurele vermindering van het autoverkeer bijdraagt aan de verkeersveiligheid, de volksgezondheid én daardoor ook de leefbaarheid in steden en gemeenten. Die ‘winst’ is in normale tijden natuurlijk des te groter. 

Veelbelovende Oosterweelplannen

Laten we dus niet wachten op de afronding van al die beleidsprocessen. Laten we er vooral - zodra het weer kan - voort keihard in vliegen. Afgelopen week konden we tijdens een videoconferentie met o.m. Lantis en het team van de intendant al vaststellen dat de meest recente, mede door de burgerbewegingen sterk bijgestelde Oosterweelplannen (onder meer voor de groene omgeving van het Noordkasteel en de Groenendaallaan) er alvast veelbelovend uitzien. Wie had dat vijf jaar geleden durven te dromen?

Laten we de komende vijf jaar dan ook samen de nodige verdere stappen zetten. Aan de tunnelconstructies bijvoorbeeld kunnen nog optimalisaties doorgevoerd worden. Maar vooral moet de aanpak erop gericht zijn dat de hele werf meteen afgewerkt kan worden volgens het gewenste resultaat. Dat vergt onder meer innovatieve oplossingen voor de resterende gaten en de nodige financiering om de overkapping meteen volledig af te werken. Het zou al te gek zijn om de Antwerpenaars in 2030 te ontgoochelen met de mededeling: ‘We komen over tien jaar wel eens terug om nog de bijkomende overkappingen te realiseren.’

Toonaangevende logistieke hotspot

Laten we intussen ook keihard voortwerken aan het ‘Routeplan 2030’, dat de modal shift moet helpen te realiseren. Dat wil zeggen dat we het negatieve discours van de afgelopen (pre-corona-)weken, waarbij o.m. sprake was van de afschaffing van tramlijnen, dringend moeten omzetten in een toekomstgericht plan voor veel meer aangename en comfortabele verplaatsingen, gekoppeld aan veel meer verkeersleefbaarheid en verkeersveiligheid. Een plan dus dat de ‘minder hinder’ voor de duur van de Oosterweelwerken structureel en blijvend aanpakt. Een plan ook dat nu al begint met de voorbereiding van investeringen op de langere termijn om de ambitie van een verdubbeling van het aantal verplaatsingen met het fiets en met het openbaar vervoer echt waar te maken. Antwerpen als logistieke hotspot moet op dat terrein echt toonaangevend worden, niet alleen in Vlaanderen, maar in heel Europa.

Groene dooradering in alle wijken

Zoals Ringland van bij zijn oprichting bepleitte: wij gaan voor de overkapping van de volledige Ring, met daar bovenop 20 procent stadsontwikkeling (rond de stations) en niet minder dan 80 procent groenaanleg. Daarmee raakt het structurele groentekort waar de stad al meer dan 50 jaar, sinds de aanleg van de ‘Kleine Ring’, mee kampt eindelijk opgelost.

Laten we in afwachting van die realisatie ook al zo snel mogelijk werk maken van de ‘groene dooradering’ in alle wijken aan weerszijden van de Ring, zodat groene verbindingen ontstaan naar het geweldige Ringpark dat er tegen 2030 bijkomt. 

Uiteraard hopen we met ons allen vurig dat deze lockdown eenmalig is. Maar in het slechtste geval zullen we bij een mogelijk nieuwe virusuitbraak als Antwerpenaars veel sterker staan met een groen en ruim Ringland. We zullen alvast niet meer moeten vechten om de schaarse groene ruimte in onze stad.

 

 

Meer nieuws

Wat vooraf ging

Begin 2014 lanceert Ringland een totaaloplossing voor mobiliteit en leefbaarheid in en om Antwerpen. Het voorstel creëert een niet te stoppen dynamiek. In het straatbeeld duiken duizenden affiches op, fietsers laten aan iedereen weten: ‘Ik wil op Ringland fietsen’, en langs de Ring planten burgers en organisaties met een hart voor Antwerpen de vlag van Ringland. Festivals, evenementen en bekende gezichten verbreden het draagvlak.
Burgers participeren via crowdfunding aan studies die het voorstel verfijnen en onderbouwen.
Ook overheden zijn steeds meer geïnteresseerd in het plan. De Antwerpse gemeente- en districtsraadsleden, het Vlaams Parlement en de Vlaamse regering luisteren, stellen vragen en raken mee overtuigd van deze unieke kans.

75.000 Antwerpenaars steunen het idee voor een nieuwe volksraadpleging, omdat ze niet geloven dat de bestaande plannen voor de Oosterweelverbinding verenigbaar zijn met een volledige overkapping. Samen met een procedure bij de Raad van State door de actiegroepen Ademloos en stRaten-generaal, houden ze zo de druk op de ketel om tot een politiek akkoord te komen.

En plots gaat het snel. De inzichten zijn gegroeid, de plannen meer en meer verfijnd, en dankzij intendant Alexander D’Hooghe verbetert ook de verstandhouding tussen de betrokken instanties en burgers.
Begin 2017, amper drie jaar na de start, sluit Ringland samen met stRaten-generaal en Ademloos, de stad Antwerpen en de Vlaamse regering het Toekomstverbond, een akkoord dat moet leiden tot de volledige overkapping.

In de zomer krijgen zes ontwerpteams de opdracht om, onder leiding van de intendant, de overkapping concreet uit te werken.

Ringland in een notendop

Ringland pleit van bij het begin voor een totaaloplossing, zowel voor de mobiliteit als voor de leefbaarheid, in en rond Antwerpen. De volledige overkapping van de Ring is dé oplossing voor meer ruimte en groen, vlot en veilig verkeer, een betere gezondheid en een veel grotere leefbaarheid.

Ringland formuleerde enkele essentiële uitgangspunten:

  • scheiding van doorgaand en stedelijk verkeer, om de Ring vlotter en veiliger te maken
  • minder verplaatsingen met de auto, ten voordele van meer verplaatsingen te voet, met de fiets of het openbaar vervoer
  • het sluiten van de Ring als sluitstuk van het hele verhaal, met een verplaatsing van het zwaar en doorgaand (haven)verkeer naar het noorden
  • groene verbindingen tussen stad en rand, Luchtbal en Merksem,…

Toekomstverbond in een notendop

In 2017 sluiten de burgerbewegingen en de overheden het Toekomstverbond, een akkoord om samen tot een volledige overkapping te komen.

Daarin komen de partijen overeen dat:

  • alvast 1,25 miljard euro wordt vrijgemaakt voor de eerste fase van de volledige overkapping
  • de Oosterweelverbinding er toch komt, maar enkel voor stadsregionaal verkeer, terwijl het doorgaand verkeer het Haventracé rond de stad moet volgen
  • de mobiliteit in de grote vervoersregio (van Beveren tot Brecht) verbeterd moet worden via een Routeplan 2030, waardoor het aantal verplaatsingen met de auto vermindert, dankzij een modal shift naar meer verplaatsingen te voet, met de fiets of met het openbaar vervoer (modal split 75/25 naar 50/50)
  • er voortaan constructief wordt samengewerkt, met inspraak van de burgers
  • de procedures bij de Raad van State worden stopgezet

Modal split 50/50

De modal split 50/50 gaat uit van de helft verplaatsingen te voet, met de fiets of met het openbaar vervoer en de helft met auto’s en vrachtwagens. Het Routeplan 2030 voor de Vervoersregio Antwerpen moet helpen om deze ambitie te realiseren. Het wordt uitgewerkt op een van de vier werktafels binnen de Werkgemeenschap. Ringland vindt de modal shift naar 50/50 een vooruitgang, maar durft voor nog meer ambitie te pleiten. Ringland is door buitenlandse voorbeelden overtuigd dat 70/30 realiseerbaar is.

X
- Enter Your Location -
- or -