Woensdag 21 april

Ringland blogt | Machteld over Straatvinken

Machteld Laureyns is Gentse, maar dat houdt haar niet tegen om zich in te zetten voor een Antwerpse burgerbeweging. Vanuit haar opleiding in de sociaal-economische geografie is ze erg geïnteresseerd in mobiliteit. Zo belandde ze via een project van de Universiteit Antwerpen in het kernteam van Straatvinken, het burgerwetenschapsonderzoek van de Ringland Academie naar het verkeer in onze straten. Ze buigt zich over een enorme databank aan lokale telgegevens en is zo tussenpersoon tussen burgers en gemeenten. Overtuigd van het belang van die job wil ze die nu ook als vrijwilligster voortzetten.

 

 

Het burgerwetenschapsonderzoek Straatvinken is erg laagdrempelig. Iedereen kan meedoen met de verkeerstelling en de bijbehorende leefbaarheidsbevraging straat-O-sfeer, onafhankelijk van waar je woont, je leeftijd of cultuur. Een onderzoek als CurieuzeNeuzen in de Tuin (het project van De Standaard, waarvoor Ringland in 2017 in Antwerpen de basis legde, red.) bijvoorbeeld is ook waardevol, maar niet iedereen heeft een tuin. Iemand die het verkeer telt en zich realiseert dat er toch wel heel veel auto’s door haar of zijn straat passeren, brengt een dialoog over het mobiliteitsprobleem op gang. Als je iets wil veranderen, moet het uit de mensen zelf komen.

Vanuit mijn opleiding in de sociaal-economische geografie ben ik erg geïnteresseerd in mobiliteit. Vorig jaar heb ik gesolliciteerd voor een eenjarig pilootproject over Straatvinken bij professor Thomas Vanoutrive aan de Universiteit Antwerpen. Mijn taak was het om de databank met telgegevens te verwerken en na te gaan of de modal shift zich aftekent op bijvoorbeeld stadsniveau of wijkniveau of onder invloed van een wijkcirculatieplan. Op die databank kunnen dan andere statistische data worden toegepast, zoals gemiddeld inkomen in de wijk, het verschil tussen stad en platteland of de wegtyperingen. Zo zijn er kleine wegen waar je niet veel auto’s zou verwachten die toch veel verkeer moeten slikken

Unieke databank

De databank van Straatvinken is uniek: geen enkele andere heeft zoveel lokale gegevens, op straatniveau. Ik werk graag samen met de gemeenten, die uiteraard ook geïnteresseerd zijn in die data. De universiteit functioneert met Straatvinken als tussenpersoon tussen de burgers die data verzamelen en de gemeenten die het beleid bepalen. Door hun deelname aan Straatvinken hebben burgers dus inspraak. 

Jammer genoeg is het pilootproject niet verlengd. Toch ben ik kandidaat om tijdens de zomervakantie op vrijwillige basis opnieuw de data te verwerken. Ik vind het belangrijk om degelijk en accuraat te werken voor al die burgers die tellen. Mensen offeren tenslotte hun tijd op om data te verzamelen. 

Het grootste werk is de data opkuisen. Dat doe je met het geografisch informatiesysteem GIS. Op zich is dat niet zo moeilijk, je moet er geen Einstein voor zijn. Maar het is zeer arbeidsintensief. Er sluipen fouten in de data die je er enkel handmatig uit kan halen. Een teller schrijft bijvoorbeeld op zijn telformulier: ‘Ik heb ook drie tractors geteld’, terwijl hij die volgens de richtlijnen zelf had kunnen toevoegen aan het aantal vrachtwagens. Of iemand heeft geteld op de grens tussen Kontich en Edegem. Dan moet ik uitzoeken in welke gemeente dat precies was. Soms ben je een hele dag bezig om maar drie problemen op te lossen. Het is dus belangrijk dat tellers hun locatie zo nauwkeurig mogelijk doorgeven. Ik hoop dat we zo de data tijdig verwerkt krijgen, want ik stel niet graag deelnemers teleur.

Tof team

Het kernploegje van Straatvinken is echt een tof team. Straf hoe een groep mensen met uiteenlopende talenten zoveel gerealiseerd krijgt door constructief samen te werken. Een vergadering leiden lijkt wel Huib zijn natuurlijke staat, hij blijft altijd rustig en pragmatisch. Hij luistert aandachtig en spreekt enkel wanneer hij iets te zeggen heeft. Daardoor wordt aan zijn woorden veel belang gehecht. Zijn vrouw Nora is impulsiever en creatiever, ze is intelligent en heeft veel goede ideeën. Huib en Nora vormen een goede tandem. Thomas denkt zeer analytisch, hij kan snel en accuraat data verwerken en verbanden zien en die dan ook nog eens op een behapbare manier uitleggen. (Foto: Huib en Thomas worden geïnterviewd door ATV.)

Thomas Vanoutrive en Huib Huyse, proffen aan respectievelijk de UAntwerpen en HIVA - KU Leuven, zijn oprechte believers in burgerwetenschap. Het is niet iets dat ze er zomaar bij nemen. Dat motiveert de hele groep. Maar terwijl de academici de waarheid in pacht lijken te hebben, kijkt Sven vanuit zijn achtergrond als stedenbouwkundige met een kritische blik naar wat relevant is. Sven durft tegen de wetenschappers in te gaan en zal zonder degelijke tegenargumenten zijn mening niet loslaten.

Ten slotte zit in ons kernploegje Katelijne. Wat een plezier om met haar samen te werken. Altijd enthousiast en goedgezind – ik hoop dat ik later ook nog altijd zo positief in het leven sta. Ze is goed in communicatie en houdt een overzicht over alles wat nog moet gebeuren. (Foto: Sven en Katelijne tellen het verkeer met de tel-tool.)

Daarnaast kunnen we ook een beroep doen op nog meer vrijwilligers, zoals Paul, Eva, Koen, Dirk, Tina... Iedereen voelt zich welkom in het Straatvinken-team. Het menselijke aspect mag je niet onderschatten om de boel samen te houden. 

Ecologische stadsontwikkeling

Ik woon in Gent en geef nu les aan het GO! Lyceum geschiedenis, aardrijkskunde en cultuurwetenschappen. Ik ben ook lid van Natuurpunt en volg het Gents Milieufront. Interesse in ecologische stadsontwikkeling had ik altijd al. Tijdens mijn studies aan de UGent Antwerpen leerde ik in het vak ‘Actuele vraagstukken’ over Oosterweel. Ik vond die informatie altijd wat gekleurd: ofwel kwam er een gastspreker voor het BAM-tracé, ofwel iemand die tegen de plannen was. Dat stoorde me, nergens werd de discussie geobjectiveerd of zelfs genuanceerd. Ik wilde als student de harde feiten, dan kon ik zelf beslissen wat juist was. Verder was ik niet zo geïnteresseerd, ik vond het een moeilijke casus. Voor mensen van buiten Antwerpen kwamen de actiegroepen bovendien over als vrij radicaal, mensen met een lange adem die het debat gaande hielden. Mijn ouders daarentegen waren van in het begin mee met het verhaal. Ondertussen weet ik ook dat het Antwerpse probleem relevant is voor heel Vlaanderen. 

Enkele jaren geleden ontmoette ik voor het eerst Ringlanders in de Haringrokerij (de uitvalsbasis van de burgerbeweging op het Zuid, red.). Toen stelde ik vast dat niemand extreem was, het was een warme groep. Ringland worstelt wel wat met inclusie. Voor veel verenigingen blijft dat trouwens moeilijk. Op vergaderingen zie je vooral witte middenklassers, geen mensen van allochtone origine. Ook bij Straatvinken stellen we vast dat er wijken zijn waar niet of bijna niet geteld wordt. 

Straatvinken op de boekenbeurs 

Ringland is nochtans heel laagdrempelig. Ik heb in 2019 meegeholpen in de stand van Ringland en Straatvinken op de Boekenbeurs (foto: Nora geeft uitleg). Mooi om te zien hoe al die vrijwilligers daar enthousiast uitleg stonden te geven en zeer toegankelijk waren. Dat is toch een van de sterktes van Ringland. Ik hoop dat in de toekomst automatisch ook inclusiever gewerkt kan worden. Andere verenigingen zou ik altijd aanraden om te leren van Ringland. Dat kan trouwens vrij eenvoudig via Het Ringland Boek. De kern is volgens mij dat als voldoende mensen kennis van zaken hebben, je organisatie credibiliteit heeft.

De verkeerstelling van Straatvinken vindt dit jaar plaats op donderdag 20 mei van 17 tot 18 uur. Meer info op www.straatvinken.be.
Op de blog van Ringland vertellen vrijwilligers over wat er leeft voor en achter de schermen van de burgerbeweging. Ben jij ook geïnteresseerd om mee te draaien? Mail naar info@ringland.be of info@straatvinken.be.

#vrijwilligers #straatvinken #burgerwetenschap

Meer nieuws

Wat vooraf ging

Begin 2014 lanceert Ringland een totaaloplossing voor mobiliteit en leefbaarheid in en om Antwerpen. Het voorstel creëert een niet te stoppen dynamiek. In het straatbeeld duiken duizenden affiches op, fietsers laten aan iedereen weten: ‘Ik wil op Ringland fietsen’, en langs de Ring planten burgers en organisaties met een hart voor Antwerpen de vlag van Ringland. Festivals, evenementen en bekende gezichten verbreden het draagvlak.
Burgers participeren via crowdfunding aan studies die het voorstel verfijnen en onderbouwen.
Ook overheden zijn steeds meer geïnteresseerd in het plan. De Antwerpse gemeente- en districtsraadsleden, het Vlaams Parlement en de Vlaamse regering luisteren, stellen vragen en raken mee overtuigd van deze unieke kans.

75.000 Antwerpenaars steunen het idee voor een nieuwe volksraadpleging, omdat ze niet geloven dat de bestaande plannen voor de Oosterweelverbinding verenigbaar zijn met een volledige overkapping. Samen met een procedure bij de Raad van State door de actiegroepen Ademloos en stRaten-generaal, houden ze zo de druk op de ketel om tot een politiek akkoord te komen.

En plots gaat het snel. De inzichten zijn gegroeid, de plannen meer en meer verfijnd, en dankzij intendant Alexander D’Hooghe verbetert ook de verstandhouding tussen de betrokken instanties en burgers.
Begin 2017, amper drie jaar na de start, sluit Ringland samen met stRaten-generaal en Ademloos, de stad Antwerpen en de Vlaamse regering het Toekomstverbond, een akkoord dat moet leiden tot de volledige overkapping.

In de zomer krijgen zes ontwerpteams de opdracht om, onder leiding van de intendant, de overkapping concreet uit te werken.

Ringland in een notendop

Ringland pleit van bij het begin voor een totaaloplossing, zowel voor de mobiliteit als voor de leefbaarheid, in en rond Antwerpen. De volledige overkapping van de Ring is dé oplossing voor meer ruimte en groen, vlot en veilig verkeer, een betere gezondheid en een veel grotere leefbaarheid.

Ringland formuleerde enkele essentiële uitgangspunten:

  • scheiding van doorgaand en stedelijk verkeer, om de Ring vlotter en veiliger te maken
  • minder verplaatsingen met de auto, ten voordele van meer verplaatsingen te voet, met de fiets of het openbaar vervoer
  • het sluiten van de Ring als sluitstuk van het hele verhaal, met een verplaatsing van het zwaar en doorgaand (haven)verkeer naar het noorden
  • groene verbindingen tussen stad en rand, Luchtbal en Merksem,…

Toekomstverbond in een notendop

In 2017 sluiten de burgerbewegingen en de overheden het Toekomstverbond, een akkoord om samen tot een volledige overkapping te komen.

Daarin komen de partijen overeen dat:

  • alvast 1,25 miljard euro wordt vrijgemaakt voor de eerste fase van de volledige overkapping
  • de Oosterweelverbinding er toch komt, maar enkel voor stadsregionaal verkeer, terwijl het doorgaand verkeer het Haventracé rond de stad moet volgen
  • de mobiliteit in de grote vervoersregio (van Beveren tot Brecht) verbeterd moet worden via een Routeplan 2030, waardoor het aantal verplaatsingen met de auto vermindert, dankzij een modal shift naar meer verplaatsingen te voet, met de fiets of met het openbaar vervoer (modal split 75/25 naar 50/50)
  • er voortaan constructief wordt samengewerkt, met inspraak van de burgers
  • de procedures bij de Raad van State worden stopgezet

Modal split 50/50

De modal split 50/50 gaat uit van de helft verplaatsingen te voet, met de fiets of met het openbaar vervoer en de helft met auto’s en vrachtwagens. Het Routeplan 2030 voor de Vervoersregio Antwerpen moet helpen om deze ambitie te realiseren. Het wordt uitgewerkt op een van de vier werktafels binnen de Werkgemeenschap. Ringland vindt de modal shift naar 50/50 een vooruitgang, maar durft voor nog meer ambitie te pleiten. Ringland is door buitenlandse voorbeelden overtuigd dat 70/30 realiseerbaar is.

X
- Enter Your Location -
- or -